
Het belangrijkste zintuig dat je als rijder hebt zijn je ogen. Hoe je ermee werkt heeft enorme invloed op je rijden. Meningen verschillen en sommigen vinden andere rijtechnieken belangrijker. Wat mij betreft is je ogen goed gebruiken het belangrijkste dat je snelheid en veiligheid bepaalt. Waarom? Je ogen bepalen voor een groot deel waar je motor naartoe gaat. Ze zijn de basis voor je beslissing hoe je omgaat met de situatie voor je. En niet in de laatste plaats bepaalt goed kijken ook hoe hard je de snelheid ervaart.

Hoe "snel" voelt het?
Stel je rijdt op een vlakke weg met zo'n 160 km/h en je kijkt naar het asfalt vlak voor je. Hoe snel voelt dat? Ik durf te wedden een stuk sneller dan het werkelijk is. De weg schiet in zo'n tempo onder je door dat je hem niet eens kunt volgen. Zelfde situatie, maar nu kijk je ver naar de horizon. Hoe ervaar je je snelheid nu? Zie je het verschil? Hoe verder je kijkt, hoe "langzamer" je je bestemming nadert. Ben je al eens op het circuit geweest, bijvoorbeeld in Brno, hoe voelde dat? Toen je vol gas over het rechte stuk naar de finish ging, voelde dat snel, of vond je snelheden rond de 200 km/h prima te doen? Op een gewone weg zou je dat waarschijnlijk niet overkomen. Dat komt door de breedte van de baan en de afstand van de objecten eromheen. Er flitsen geen bomen of paaltjes op halsbrekende snelheid langs je heen. Goed kijken bepaalt hoe je snelheid ervaart.

Ook als de rijder pal voor je zit, moet je naar de bocht zelf blijven kijken en je blik niet op hem vastzetten.
Blikfixatie
Een grote fout en een van de paniekreacties op naderend onheil. Blikfixatie, of fixeren op een punt, betekent dat je ogen een bepaald punt volgen en er niet meer van los kunnen komen. Het klassieke voorbeeld is een gat in de weg. In plaats van naar een weg eromheen te zoeken, blijven je ogen erop gefixeerd en rij je er gewoon in. Op het circuit gebeurt hetzelfde. Je gaat te diep een bocht in, je remt hard, je hoofd slaat in paniek en in plaats van de bocht in te kijken, de motor te laten vallen en te sturen, kijk je recht vooruit naar de grindbak. Rijd je achter een andere rijder, dan moet je hem uiteraard volgen. Maar je moet ruimte houden om ook de baan te bekijken. Zet je je blik alleen op hem vast, dan garandeer ik je: maakt hij een fout, dan maak jij hem ook. Gaat hij te lang en rijdt hij eraf, dan ga je met hem mee. Valt hij... Dat moet je voorkomen, vanwege het onvermijdelijke "kijk waar je heen wilt".

Ik ga waar ik kijk
Je gaat altijd waar je ogen gaan. Zo simpel is het. Er zijn meerdere redenen waarom dat zo is en eerlijk gezegd kan ik ze niet allemaal opnoemen en goed uitleggen. Maar het werkt elke keer, en in elke andere sport ook. Kijk je bij de uitgang van een bocht naar het gras achter de kerbs, uit angst erin te komen? Dan kom je er waarschijnlijk in. Focus je daarentegen op het uitgangspunt zodra je de apex voorbij bent, dan rijd je de bocht netjes. Ervaren rijders en racers werken constant met hun ogen en richten zich op punten ver vooruit, in plaats van vlak voor het voorwiel te kijken. Nader je een gevaar, dan moet je je blik lostrekken van het gat in het asfalt of het grind op de weg om een uitweg te vinden, die er in de meeste gevallen is. De kans dat je zo'n situatie oplost is dan veel groter.

Kijk ver genoeg vooruit - hoe ver hangt natuurlijk ook af van je snelheid door de bocht.
Denk de volgende keer op het circuit eens na over waar je kijkt tijdens het rijden. Merk je dat je je alleen richt op wat vlak voor je ligt, of dat je je blik vastzet op naderende obstakels of rijders voor je, trek je ogen er dan van los en richt je blik op waar je heen wilt. Kies punten ver genoeg vooruit om je gevoel van snelheid te temperen, maar niet zo ver dat je de omgeving vlak voor je niet meer met je ooghoeken waarneemt. Zorg dat je blik van het ene punt naar het volgende gaat zonder ergens te lang te blijven hangen.
De kijkvolgorde
Laten we het niet bij algemeenheden houden en een voorbeeld uitwerken. We beginnen op een recht stuk terwijl we een bocht naderen. De ogen zoeken het rempunt. Zodra ze het gevonden hebben, nemen we het met onze ooghoeken waar en richten we onze ogen op het insturingspunt. Zodra ik weet dat ik goed sta en het insturingspunt raak, richt ik mijn blik al op de apex van de bocht. In de volgende fases van de bocht werkt het precies zo. Zodra ik de apex raak, mogen mijn ogen niet blijven hangen op de binnenkerb twee meter voor het voorwiel. Op dat moment moet ik mijn blik richten op het einde van de bocht, op de buitenkerb bij de uitgang. Lukt dat, dan kan ik netjes accelereren en de motor rechtzetten om de volle breedte van de baan te gebruiken (waar dat past, uiteraard). Kom je bij de uitgang steevast te lang, of mis je juist insturingspunten en apexen, dan zit het probleem hoogstwaarschijnlijk in je kijkwerk.

Dit kost wat oefening voordat je het onder de knie hebt en je je er prettig bij voelt. Zeker als je al fouten hebt meegemaakt. Je perifere zicht trainen is misschien wel het lastigste deel. Het kost gewoon tijd om over dat eerste onnatuurlijke gevoel heen te komen. Het hangt ook samen met de positie van je hoofd tijdens het rijden. De meeste rijders houden hun hoofd boven de motor. In het slechtste geval boven de tank, dus op de as van de motor, in het beste geval naast de as maar nog steeds met het hoofd hoog in plaats van vlak boven de tank. De verklaring is waarschijnlijk deze. Voor je hersenen is dit beeld ongewoon. Je hebt moeite om de juiste lijn te raken. Opeens zien de bochten er anders uit. Je stapt uit de comfortzone van een hoofd dat hoog boven de motor uittorent. Die houding voelt onnatuurlijk en daar moet je aan wennen als je de meest compacte zithouding wilt bereiken ;-).