We laten je de juiste zithouding zien voor op het circuit.

Recht stuk:
De rijder zit midden op de as van de motor, eventueel nog wat verder naar achteren om beter achter de kuipruit te passen. Het doel is de luchtweerstand zo laag mogelijk te houden. De borst rust op de tank, ellebogen en knieën zo dicht mogelijk bij elkaar. De stand van de benen maakt over het algemeen niet uit. Idealiter nog steeds op de tenen, met alleen de linkervoet in het midden bij het schakelen.
Voor de bocht:
Voordat je begint te remmen en voordat je de motor de bocht in laat vallen, moet je je lichaam in de bochtpositie brengen. Schuif je onderlichaam met een halve bil opzij en zo ver mogelijk naar voren, zodat je binnenste dij tegen de tank rust. De armen zijn licht gebogen, het lichaam komt boven de kuipruit uit.
De bocht in:
Remfase en de motor de bocht in laten vallen. De positie van het onderlichaam verandert niet, die hebben we al klaargezet. Aan het einde van de remfase volgt het bovenlichaam het onderlichaam. De ene arm strekt, de andere buigt, de schouders gaan omlaag. Het lichaam staat parallel aan de motor.
Apex van de bocht:
De positie verandert niet.
De bocht uit:
ALTIJD EEN WHEELIE (grapje😄)

Het doel is de motor zo snel mogelijk recht te hebben zodat we gas kunnen geven. In deze fase kun je de motor met je handen van je af "duwen", oftewel met je schouders nog verder van de motor af hangen.
Na de bochtPas als de motor bijna recht staat ga ik terug naar de houding voor het rechte stuk, tenzij de volgende bocht er direct op volgt - dan ga ik meteen door naar die bocht.

Vind je dit interessant? En wat zijn jouw ervaringen?
Deel je mening en ervaringen met ons op onze instagram.